U bent hierPEDAGOGIE / Middenbouw (7-8)
Middenbouw (7-8)
Een zevendeklasser wil nog geloven in de leerkracht en sluit hiermee nog sterk aan bij het lagere schoolkind. Een achtsteklasser heeft al een beginnende behoefte aan vakspecialisten. Hij leert niet meer uit liefdevol ontzag voor ouders en leerkrachten en moet zijn leermotivatie dus verinnerlijken.
Om hieraan tegemoet te komen, werken we meestal met twee leerkrachten die de meeste periodevakken en talen onder elkaar verdelen. De ene leerkracht heeft het zwaartepunt taal (en eventueel geschiedenis), de andere leerkracht richt zich op wiskunde en wetenschappen. Eén van hen is klastitularis en begeleidt de klas gedurende twee of drie jaar.
De zevende- en achtsteklassers worden voorbereid op de overgang naar het ASO. In alle vakken worden bewust nieuwe stappen gezet en perspectieven geopend die tegemoet komen aan hun leerdrang.
Daarnaast wordt er in en door de verschillende vakken systematisch gewerkt op het ontwikkelen van een zelfstandige studiehouding. We doen dit zo gevarieerd mogelijk. Elk vak vergt een eigen verwerkingsmethode: vanuit verhalen, vragen over de les, met of zonder kopieën, handboeken, kleine toetsen, oefentesten, taken ... leren de leerlingen steeds zelfstandiger noteren, samenvatten en studeren.
Achtsteklassers moeten halfweg (en ten laatste tegen het einde van) het schooljaar voldoende opgebouwd hebben om erop te kunnen vertrouwen dat ze zelfstandig hun weg kunnen verderzetten in de bovenbouw.
In de lagere school richten we ons voornamelijk op het leeftijdsgebonden ontwikkelingsritme. Hoewel vanuit de ouders dan al een sterke vraag komt naar kennis, mag een kind daar toch nog kind zijn.
In de middelbare school, en vooral vanaf de negende klas (bovenbouw), komen de maatschappelijke vraag en de individuele leerweg sterk naar voren. Aansluitend op de eigen mogelijkheden moet er een studiekeuze worden gemaakt die voorbereidt op het hoger onderwijs of die een rechtstreekse beroepsopleiding inhoudt.
Daarom proberen we om binnen ons algemeen vormend aanbod zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de individuele leerweg van elke jongere. Dit is nog iets anders dan specialisatie.
De zevende, en vooral de achtste klas zijn de scharnierklassen in de overgang van het leeftijdsgebonden ontwikkelingsritme naar de individuele leerweg en maatschappelijke vraag.
Hier vinden we leerlingen die bijvoorbeeld vooral veel willen bijleren. Daar proberen we aan tegemoet te komen door een keuzeaanbod van twee uur Latijn en gesplitste groepen voor oefenuren Frans en wiskunde. Hierdoor kunnen we een intensief en gedifferentieerd aanbod geven.
Andere leerlingen, die de stap naar het volbewuste denken trager zetten, mogen niet het slachtoffer worden van de toegenomen maatschappelijke druk naar een vervroegde intellectuele ontwikkeling. Soms zijn er leerlingen waaraan men in de lagere school weinig slaagkansen toedicht, maar die door inzet en hard werk uitgroeien tot een goede leerling. Deze willen we in de zevende en achtste klas een kans bieden. Voor hen voorzien we twee uren bijles (taal, wiskunde/wetenschappen). Hier kan extra uitleg gegeven worden, maar het is vooral een op weg zetten met en een opvolgen van het huiswerk en studeren.
Daarnaast is er nog een extra uur begeleide studie voor alle leerlingen die het nodig hebben, in samenspraak met de ouders.
Het creatieve onderwijs en de kunstzinnige verwerking blijft het cruciale verbindend element tussen leerlingen met verschillende leerwegen. Zo kunnen we, met grotendeels hetzelfde aanbod, toch individualiseren in de verdieping van de leerstof.
Nieuwe leerlingen krijgen in de zevende klas een extra les blokfluit aangeboden.
Voor de kunstzinnige vormgeving van de periodeschriften werken periodeleerkrachten regelmatig samen met de leerkracht plastische opvoeding om nieuwe leerlingen te helpen.
Leerlingen worden hierbij vooral beoordeeld op inzet. Bij sommige nieuwe leerlingen merkt men reeds na enkele maanden geen verschil meer met de ‘anciens’. Leerlingen die onder hun mogelijkheden werken, worden aangemaand tot beter.